Stakeholderanalyse POP3 2014 – 2020

Binnen de kaders van het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid zorgt het ministerie van Economische Zaken voor de uitwerking en invulling van het Nederlandse plattelandsontwikkelings-programma (POP3). Geld van Europa voor het plattelandsbeleid (90 miljoen euro) moet worden gematcht met een ten minste even groot bedrag nationaal, van het ministerie van EZ, de provincies en waterschappen samen.

De belangrijkste stakeholders in dit beleid zijn de provincies, vertegenwoordigd in het Interprovinciaal Overleg (IPO). Het ministerie van EZ bespreekt met het IPO op hoofdlijnen de uitwerking van het programma zowel landsbreed als op landsdeelniveau, maar is zelf verantwoordelijk voor het beleid, dat uiteindelijk in Brussel moet worden geaccordeerd. De provincies i.c. het IPO zijn daarmee belangrijke onderhandelingspartners.

Het ministerie wilde – voorafgaand aan de besprekingen met IPO en met alle overige stakeholders in het plattelandsbeleid – binnen het gehele Nederlandse krachtenveld de haalbaarheid peilen van de beleidsvoornemen van het departement.

Awareness heeft daarvoor een uitgebreide stakeholdersanalyse uitgevoerd. Daartoe bestudeerde Awareness de posities, belangen en standpunten van de provincies en vergeleek deze met het voorgenomen beleid. Het conceptbeleid werd onderverdeeld in 7 deelbeleidsvoorstellen. Alles bij elkaar zijn 26 stakeholders of –organisaties onder de loep genomen in relatie tot deze 7 beleidsonderdelen. Daarbij zijn 14 issues geïdentificeerd, die een probleem zouden kunnen vormen voor 1 of meer stakeholders in het voorgenomen beleid.

Vervolgens vond een interactieve bijeenkomst plaats met de beleidsambtenaren van het ministerie, waarin zij de stakeholderanalyse met hun kennis verrijkten om de analyse verder te verfijnen. Hierbij ontstond ook zicht op de punten waar vermoedelijk bijstelling van het voorgenomen beleid nodig zou zijn. Deze activiteiten resulteerden in een gedegen advies aan het ministerie, dat door de staatssecretaris kon worden benut in de verdere afstemming van het beleid.