Blog: De windturbine-uitspraak van de Raad van State geeft gemeenten ruimte voor participatie

windturbines raad van stateDe Raad van State floot op 30 juni jl. de regering terug op het windenergiedossier. De normen die Nederland hanteert voor geluid, slagschaduw en veiligheid zijn onvoldoende onderbouwd. Dat oordeelde de hoogste bestuursrechter naar aanleiding van een procedure over een Gronings windpark. Bij tegenstanders van windturbines ging in het hele land de vlag uit, voorstanders vrezen nu voor forse vertraging. In de praktijk zal er niet veel veranderen. Maar het biedt gemeente wel een uitgelezen kans om inwoners te betrekken bij wat wenselijk is en wat niet.

Voor windturbines zijn in het Nederlandse recht ‘algemene regels’ opgenomen. Daarop worden bij het zoeken naar geschikte locaties bijvoorbeeld de aan te houden afstanden tot bebouwing gebaseerd. De Raad van State komt nu terug op een eerdere eigen uitspraak dat die algemene regels volstaan. Als het gaat om meer dan één of twee losse windmolens vindt de Raad nu dat een betere onderbouwing van die algemene regels wenselijk is. De Raad zegt dus niet dat de nu gehanteerde normen niet kloppen. Wel zegt de Raad van State dat ze gebaseerd moeten zijn op een formeel onderzoek, een zogeheten planmer (een milieu-effectenrapportage over een beleidsplan).

Wat betekent dit voor gemeenten?

Wat betekent dit nu voor gemeenten die bezig zijn zoekgebieden voor windenergie aan te wijzen? Eigenlijk niet zo veel. De gemeente moet voor plaatsing van windturbines toestemming geven op grond van het betstemmingsplan. Om duidelijkheid te geven over wat de gemeente wel of niet toestaat wordt eerst een ‘afwegingskader’ opgesteld. Daarin staan de normen waar windmolenbouwers en -beheerders zich aan moeten houden. Tot op heden kon de gemeente daarbij terugvallen op de normen uit de algemene regels van het Rijk. Zolang het Rijk de algemene regels nog niet gerepareerd heeft met een planmer zal de gemeente zelf de normen moeten kiezen die ze aan windprojecten wil opleggen.

Eigenlijk is er dus niets nieuws aan de hand. Want gemeenten mochten altijd al hun eigen normen bepalen. En dan was het wel zo makkelijk over te nemen wat landelijk gebruikelijk is. Nu zullen ze echt het gesprek met de gemeenteraad – maar liefst nog met de inwoners – aan moeten gaan over wat wel en niet acceptabel wordt gevonden.

Serieuze participatie

Dat biedt gemeenten een uitgelezen kans inwoners via participatie te betrekken bij lastige afwegingen. De vrijheid van eigen gemeentelijke normen biedt ruimte om windmolens op grotere afstand van woningen te houden. Een wens van veel inwoners. Maar grotere afstanden betekent wel dat veel zoekgebieden zullen afvallen. Dat maakt dat zo’n keuze niet vrijblijvend is.

De vraag “wat dan wel?” is een prima onderwerp voor participatie. Waarbij het niet alleen over meningen gaat, maar ook de gevolgen van bepaalde keuzes bespreekbaar zijn. Die alternatieven ook in het juiste perspectief zet. Een open dialoog waarin de gemeente de zorgen van inwoners serieus neemt, maar ook haar eigen zorgen kan inbrengen. Want we hebben ook de gezamenlijke verantwoordelijkheid om de klimaatdoelen te halen. Wie weet komen we zo tot gedragen oplossingen, zelfs als die ingaan tegen aanvankelijke bezwaren.

Het is aan te raden dat snel te doen. Als het Rijk over twee jaar de planmer af heeft, wordt de verleiding wel erg groot om je makkelijk achter wat landelijk gebruikelijk is te verschuilen. Dan laten gemeenten zich een mooie gelegenheid ontglippen om inwoners te betrekken bij een serieuze discussie over wat wel en niet helpt om de klimaatdoelen te realiseren.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Eric Vink, via evi@awareness.nl.

 

a